Home arrow Antwerpse perstekst arrow Ramsey Nasr - gedicht/persconferentie
Persconferentie en gedicht Ramsey Nasr Print E-mail

Persconferentie t.g.v. lancering campagne Zonder Haat Straat 14 juni 2006

 

 

Waaraan denkt u als u aan Antwerpen denkt? Wat is dat, deze stad die wij nu vormen? Wat is de stad die wij willen zijn?

Ondanks of misschien juist vanwege de moorden van 11 mei blijft dit Antwerpen voor mij: Wannes Van de Velde. Niet door zijn dialect, niet door de muziek. Wannes Van de Velde is voor mij een symbool voor de open stad die Antwerpen ooit was, en voor de Antwerpenaren die weliswaar hun gezaag over t stad tot een handelsmerk hebben verheven, maar dit deden uit liefde. Het was altijd een liefdevol zagen. Het was een klagen over de veranderde stad, terugkijkend naar een wereld die niet meer bestaat, alleen dan zonder nostalgie of loos sentiment. Wannes Van de Velde staat al jaren met zijn voeten in het hier en nu, hij is deel van de levende stad. Drom is hij een symbool voor mijn Antwerpen, niet als baken, maar als haven op zich, vol passerende schepen uit den vreemde. Een open venster op zichzelf. Van dat Antwerpen hield ik.

            Het is een andere, gloednieuwe stad die me angst aanjaagt. Voor het Vlaams Belang ben ik niet bang. Ik ben bang voor ons, voor u en mezelf, voor wie wij zijn geworden.

            Wij moeten bang zijn voor een stad die vergeten is van zichzelf te houden. Wij moeten bang zijn voor een stad die weigert van haar burgers te houden. Voor een stad die zijn eigen kinderen, zijn moeders en nieuwkomers opvreet, kan men niet anders dan doodsbang zijn. Wij schieten onze toekomst neer. Wij zijn de slang die zijn staart heeft ontmoet.

            Daarom, uit lijfsbehoud, moeten we leren hoe opnieuw te beginnen. We kunnen blijven leven in angst voor de eeuwige ander, of we kunnen trachten met bebloede scherven in onze handen van voren af aan te vangen, op te staan als maagd.

Is dat een utopie, een droom? In elk geval was 11 mei geen nachtmerrie, maar realiteit. Misschien is dit dan ook mogelijk: een volwaardige stad te worden.

            Wij zullen eindelijk moeten inburgeren.

 

            Mijn laatste stadsgedicht, voor wie in vreemde landt, schreef ik in januari ter gelegenheid van de opening van het Atlas-gebouw, een voor Vlaanderen uniek inburgeringshuis, waar elke nieuwkomer verplicht terechtkomt om zich in te schrijven voor  integratie-, taal- en emancipatiecursussen en zo vanzelf wegwijs te geraken in een nieuwe cultuur. Het streven is dus als vreemdeling het Atlasgebouw binnen te wandelen en het als een volmaakt worstenbrood te verlaten.

            Na 11 mei ben ik van mening geraakt dat het nuttig zou kunnen zijn voor alle Antwerpenaren. Men gaat er als worstenbrood of san severia binnen, en keert als gezonde vreemdeling terug.

            Het gedicht voor wie in vreemde landt heeft voor mij sinds enkele weken een totaal andere betekenis gekregen. De verzen zijn op hun kop gaan staan en achtervolgen mij nu. Ze zijn gaandeweg veranderd van een welkomstlied voor de nieuwkomer in een afscheidslied van de open stad. Oftewel de smeekbede van een afgesloten stad.

            Het is hetzelfde gedicht. En Antwerpen blijft liggen waar het lag. Het zijn wij die moeten opstaan en veranderen.

 

Klik op foto om te vergroten

 

 

                        *   *   *           

 

            (gedicht: zie hieronder)


voor wie in vreemde landt

 

 

kom atlas

draag de stad met de koperen sterren

 

neem haar vast in uw grote reizigershand

bekijk van ver de bewoners

 

wrijf erover

 

wrijf atlas

breng knikkerglans terug over ons

 

bind ons vast in zonnige brokken

plak de stukken stad op uw rug

plant voeten ferm op onze bodem

stamp gerust en wandel

met lange-afstandswortels

 

probeer het atlas

 

maar eerst

 

zing

voor het laatst

van het gevleugelde paard dat u hier bracht

 

neurie

nog n afscheidslied uit het blote geheugen

doe dit tergend langzaam

trek u daarna de jas van gebrekkige taal aan

 

vanaf vandaag zult ge stotteren

waar gij vandaan kwam

haperen van een verre jeugd

gevleugelde paarden gaan er mank

vandaag hebt gij uw vader

voorvaderen ontmand

 

atlas

zoudt ge niet ons

in hun plaats op u willen nemen

 

zijn wij geen schone vreemden dan

 

zet uw schouders neer aan onze kade

zet u

wij zullen uw heuvelrug beklimmen

licht zijn als mogelijk

en uw eerste middag samenzitten

 

wij zullen een uitkijk vormen op de schelde

die ons liefhad

 vermoedelijk

(goederen van winst en last

dreef de rivier vanzelf naar ons midden)

 

atlas

ge zoudt vanaf uw eigen rug

eens onze daken moeten zien

roodkoperen spiegels staan ze

schuin naar boven afgericht

wat niemand wist

behalve nu

 

laat ons nu

voorzichtig wandelen

 

weet ge

hoe vele zegens telt de koekenstad

hier vindt men meer dan zeven meter regen

hier verbrandt men zelfs van voren zijn schepen

tussen eb en vloed leven er sinjoren

op stand en veel te brede voet

 

hier zijn we                   

onder ons

 

daar zijt ge

onder ons

 

wees

welkom

 

meer dan

welkom

 

en

atlas

 

help ons

 

hef

ons

op

 

dik en bloot

bevolkten wij de duurste schilderijen

 

onbeschaamd verenigd waren wij

ooit

een volk van drukte en kaartenmakers

 

lawaailetters

          plantrekkers

uitleggers

      andersdenkers

 

kooplui waren wij

en aardige kooplui

 

voor exotische poeha moest je bij ons zijn

hier verkocht men nog

  de betere branie

inheemse amok

wij hadden sjieke akketaten in stock

gaven ze bijna gratis op uw bakkes

 

wij waren makkers

 

en bouwers waren wij

als goede vlaamse kabouters

trokken wij kloosters op en muren

almaar hoger

 

met onze boerentoren

gaven wij de wolken klop

 

we waren een stad die haar stad wou ontstijgen

beter dan anderen ja

          beter dan wij

        waren wij

en wie helpt ons

deze staart weer uit de mond te krijgen

 

atlas

klop de aarde van uw pels

het poedergoud uit uw vermoeide haren

en bouw

bouw koterien weerom tot kathedralen

 

geef ons de smaak terug van specerijen

blaas windkruid achter oren vandaan

 

wij waren het volk van luchtmythomanen

vertolkt gij voor ons

          dat vergane geluk

 

atlas

maak wat stuk was

 

geef ons de stad

of tenminste onze mildheid terug

 

schenk gloednieuwe mythen

van gemengde komaf

 

laat ons beginnen van voren af

 

maak ons maagd

 

schrijf een gedicht uit deze scherven

herleid heel de wereld tot antwerpen

 

en het is misschien

wat laat

 

en het is in feite

te laat

 

maar ook wij atlas

ook wij zijn tot goedheid in staat

 

gun ons nog een kans

op reservesteden

 

wees veilig aanbeland

bij ons in den vreemde

 

klimt gij dan op ons

kijk rond en betast

 

wees niet bang

om ergens aan te komen

 

dans over de rug

van uw koperen stad

 

wees ons

tot de nodige ballast

 

misschien

kunt gij ons leren dansen

 

wie in antwerpen wil landen

moet bijkans een tegenvoeter zijn

 

 

 

                        *   *   *

 

 

(stadsgedicht uit: onze-lieve-vrouwe-zeppelin - Ramsey Nasr, Uitgeverij De Bezige Bij)